geschiedenis

door: Peter Schmeitz

1. de oprichting
Op 6 juni 1944 landen de geallieerden op de stranden van Normandië. De Tweede Wereldoorlog gaat daarmee zijn laatste fase in. Na een moeizame start lijkt de opmars niet te stuiten. In augustus wordt Parijs bevrijd. In sneltreinvaart rukken de geallieerden op richting Zuid-Limburg. Op 18 september 1944 is het eindelijk zo ver. Amerikaanse tanks en infanterie trekken Limbricht binnen. Het dorp wordt zonder slag of stoot door de Amerikanen bevrijd.

Nu de bevrijding een feit is, nemen enkele enthousiaste oud-muzikanten het initiatief tot een fusie van Fanfare Eendracht en Harmonie Hirundo. Deze twee soms ongezond rivaliserende Limbrichtse muziekkorpsen zijn in de oorlog op gezag van de Nazi’s ontbonden. De bevrijding lijkt het juiste moment om de strijdbijl te begraven en de krachten te bundelen. Amper twee weken na de bevrijding, op 3 oktober, komen ten huize van W. van Cleef een viertal mensen bij elkaar om een fusie tussen de twee Limbrichtse muziekkorpsen te bespreken. Het betreft W. van Cleef van Hirundo, J. Feyen van Eendracht, en twee buitenstaanders, de heren J. Tummers en J. Hendrikx. De laatste twee heren worden uitgenodigd om deze zeer gevoelige zaak een wat breder draagvlak te geven.

Het eerste en tevens moeilijkste probleem waarvoor dit viertal zich gesteld ziet, is het vinden van een capabele en neutrale persoon, die een nieuwe vereniging goed zou kunnen leiden en daarbij de eenheid kan bewaren. Na veel wikken en wegen wordt hiertoe de heer J. van de Pol benaderd. Deze is geen lid van een van beide verenigingen. Tot genoegen van de initiatiefnemers toont Van de Pol zich bereid de kar te trekken.

Gesterkt door dit succes wordt de volgende vergadering reeds belegd op 9 oktober, ditmaal bij de heer Van de Pol thuis. Daar wordt besloten om de leden van beide verenigingen schriftelijk te laten stemmen over de ontbinding van de twee bestaande verenigingen. Daartoe worden een tweetal brieven samengesteld. De tekst van deze brieven luidt als volgt: “Ondergetekenden verklaren zich voorstanders van één plaatselijke muziekvereniging. Zij verzoeken het bestuur, de bestaande vereniging te willen ontbinden conform het bepaalde in de statuten en stemmen voor het oprichten van één muziekvereniging”.

Het fusievoorstel krijgt unanieme steun. Alle drieënvijftig gezamenlijke leden verklaren zich akkoord. Op 15 oktober worden alle leden ter vergadering opgeroepen en worden de bestaande verenigingen ontbonden. Door het voortvarende optreden van de vier initiatiefnemers en de heer Van de Pol kan reeds op 22 oktober 1944 de oprichtingsvergadering van de nieuwe fanfare worden gehouden in de toenmalige zaal Meijers. Vijftig van de voormalige drieënvijftig leden en twee externen melden zich aan als nieuw lid. Ook wordt er een bestuur gevormd. Dit eerste bestuur van de nieuwe vereniging heeft de volgende samenstelling:

Van de Pol – voorzitter
P. Schrijen – Penningmeester
J. Hendrikx – Secretaris
Th. Savelkoul – Vice-voorzitter
J. Tummers
P.J. Feyen

Bovendien worden als dank voor bewezen diensten alle ex-bestuursleden van de voormalige verenigingen benoemd tot lid van verdienste. De heer H. Keulen wordt tot vaandeldrager gekozen, maar moet deze functie al in 1948 overlaten aan een jongere kracht, de heer M. Heffels.

De voortvarendheid kent geen grenzen. Zelfs het probleem van de naamgeving van de nieuwe vereniging wordt snel opgelost. Professor Menten komt met de suggestie van de naam “Vriendenkring”, als symbool voor de vriendschappelijke fusie tussen twee rivaliserende verenigingen. Ook een dirigent wordt snel gevonden. Op 29 oktober wordt de heer J. Paes uit Munstergeleen tot dirigent benoemd. Voor de oorlog was deze reeds dirigent van Hirundo. En zo gebeurt het dat Limbricht, terwijl het Duitse leger nog in Susteren zit, reeds op 5 november 1944 getuige is van de eerste repetitie van fanfare Vriendenkring. Deze repetitie vindt plaats in het lokaal naast de toenmalige bewaarschool, in aanwezigheid van vierenveertig leden. Spoedig daarna neemt de vereniging haar intrek in haar vaste verenigingslokaal: zaal Meijers. Een café met zaal, gelegen op de plaats van de huidige hostellerie “De Molenbron”. Het begin van een tweede episode uit de Limbrichtse blaasmuziekgeschiedenis is een feit!

2. 1944-1957 – van vliegende start naar stagnatie
De jonge vereniging wordt opgericht in een periode van oorlog en wederopbouw. In de jaren veertig en vijftig is Limbricht een klein dorp van voornamelijk mijnwerkers, bouwvakkers en boeren. De eerste voorzichtige dorpsuitbreidingen dateren pas van het begin van de jaren vijftig. De staatsmijnen draaien volop en zijn een drijvende kracht achter het Zuid-Limburgse verenigingsleven met eigen muziekkorpsen en voetbalclubs. Ook de rooms-katholieke kerk is een belangrijke speler in de Zuid-Limburgse samenleving. In die tijd gaan de meeste Limbrichtenaren nog trouw iedere dag naar de kerk, ’s zondags zelfs meermaals. Met een zesdaagse werkweek vormen de voetbalclub, de schutterij en de nieuwe fanfare voor veel Limbrichtenaren een belangrijke vorm van ontspanning.

In het begin zijn de beschikbare instrumenten niet te best meer. Een groot aantal instrumenten moet grondig worden gerepareerd, ook zijn er nieuwe instrumenten nodig. Aangezien subsidie aan muziekverenigingen nog niet bestaat en de nog jonge vereniging niet bepaald rijk is, moet de Limbrichtse gemeenschap redding brengen, en dat gebeurt: nagenoeg alle inwoners doen een bijdrage aan de nieuwe trots! Hierdoor wordt het mogelijk het instrumentarium binnen enkele jaren op een behoorlijk peil te brengen.

Ook wordt op initiatief van dirigent Paes een erebestuur in het leven geroepen ter ondersteuning van het bestuur. Overigens heeft dit erebestuur geen stemrecht. Gedurende de jaren dat dit erebestuur als zodanig functioneert, hebben daarin onder andere de volgende heren zitting gehad: de heren H. Rutten, H. Nohlmans, L. Widdershoven (voorzitter), A. Deuss, W. Deuss, E. Daams, M. Claessen, N. Dohmen, J. Tijssen, P. kusters.

Het eerste optreden van de Vriendenkring vindt plaats op 1 april 1945 ter gelegenheid van het 25-jarig priesterfeest van dorpspastoor de Gronckel. Ruim een jaar later, op 19 mei 1946, vindt een groot vaandel-inwijdingsfeest plaats. Het vaandel is vervaardigd door de zusters uit Simpelveld. Deze zusters zijn verantwoordelijk voor de beeltenis in het vaandel van twee in elkaar geslagen handen, symbool voor de fusie van twee rivaliserende verenigingen tot één vriendenkring. Na het vaandel volgt de uniformering. Op 13 juli vindt de uitreiking plaats van de uniformpetten, gemaakt door de firma Derrez uit Sittard. Kostuumuniformen zoals nu gebruikelijk is, zijn in die tijd nog een uitzondering.

Onder de kundige leiding van dirigent Paes maakt het korps flinke vorderingen. Reeds in februari 1947 wordt besloten om deel te nemen aan een concours te Nieuwendijk, Noord-Brabant. Op 26 mei 1947 vertrekken ’s morgens om 7 uur drie bussen vanuit Limbricht richting Nieuwendijk. Het resultaat van de deelname in de derde afdeling is overweldigend: eerste prijs met lof der jury, het hoogste aantal punten van het hele concours, eerste ereprijs en de directeursprijs. Het behoeft geen toelichting dat bij thuiskomst in Limbricht een feestelijke ontvangst plaats vindt.

Dirigent en leden hebben de smaak goed te pakken en alweer in het volgend jaar, 1948, wordt in de tweede afdeling aan een concours te Lexmond in Zuid-Holland deelgenomen. Ook nu is de uitslag weer uitstekend. Met dezelfde lauweren dan het jaar tevoren komt Vriendenkring als triomfator over 34 andere muziekkorpsen uit de strijd. Gesterkt door dit overweldigende succes wordt tijdens de jaarvergadering in januari 1949 besloten voor de derde maal in successie op concours te gaan. Deze keer in de eerste afdeling. Met ongekende inzet wordt gerepeteerd. Het resultaat blijft dan ook niet uit. Medio 1949 worden te Monnikendam in Noord-Holland weer alle prijzen in de wacht gesleept. Grootste concurrent in het verre noorden is een buurvereniging: harmonie St. Joseph uit Berg aan de Maas.

Nog is de jonge vereniging niet voldaan. De fanfare voelt het aan haar eer verplicht een nog hogere trede op de muzikale ladder te bereiken. In juni 1950 wordt voor de vierde maal aan een concours deelgenomen te Kedichem in Utrecht. Ditmaal in de afdeling uitmuntendheid en net als in de voorgaande jaren met dezelfde klinkende resultaten. Bij thuiskomst wordt de fanfare getrakteerd op een enthousiaste ontvangst, waaraan onder andere door schutterij St. Salvius spontaan wordt deelgenomen.

Na deze vier succesvolle jaren acht het bestuur het vooral in verband met de hoge kosten voorlopig niet verantwoord nog aan een concours deel te nemen. Wel worden in de volgende jaren jaarlijks uitstapjes gemaakt, waaraan dan concerten gekoppeld worden. Ook organiseert de fanfare solistenconcoursen in een poging het behoorlijke muzikale peil te handhaven.

In deze eerste jaren zijn het vooral het enorme enthousiasme en de voortreffelijke leiding van de heer Van de Pol als voorzitter en de heer Paes als dirigent die de vereniging in zo’n korte tijd op dat hoge peil brengen. In het bestuur hebben inmiddels een tweetal mutaties plaats: de heer M. Willems wordt toegevoegd, terwijl het secretariaat in handen komt van de heer H. Nohlmans.

De eerste helft van de jaren vijftig verloopt erg rustig en vormt min of meer een soort anticlimax na de stormachtige opmars van de derde afdeling naar de afdeling uitmuntendheid. Hier en daar begint Vriendenkring zelfs al wat scheurtjes te vertonen. Een gevolg van deze lijdzame ontwikkeling is de vervanging van dirigent Paes in 1957.

3. 1957-1964 – hoe nieuw succes omslaat naar totale crisis
In de twee helft van de jaren vijftig begint de wederopbouw en de modernisering van Nederland vorm te krijgen. De economie bloeit, de mijnen draaien op volle toeren en het alles beheersende rijke Roomse leven begint de eerste scheurtjes te vertonen. Ook Limbricht gaat mee in de vaart der volkeren. De eerste dorpsuitbreidingen brengen vers bloed in het dorp en geven daarmee het verenigingsleven een belangrijke impuls.

Na het ontslag van dirigent Paes wordt uit een tiental sollicitanten de heren Scheffers, Dohmen, en Geurts uitgenodigd voor een proefrepetitie. De heer Geurts uit Maastricht wordt gekozen als de nieuwe dirigent. Vermeldenswaardig is dat deze tijdens de repetities een rookverbod uitvaardigt. Zeker in die tijd een opvallende daad, die ontzag inboezemt. In 1957 vond tevens de eerste voorzitterswisseling plaats. De heer Van de Pol geeft de voorzittershamer in handen van de heer J. van Cleef. Onder zijn leiding begint de fanfare opnieuw aan een periode van opbloei.

Op 18 mei 1958 neemt de fanfare deel aan een concours te Helden-Panningen in de eerste afdeling. Het resultaat is een tweede prijs met 252 punten. Veel leden schuiven deze teleurstellende uitslag de dirigent in de schoenen. Om die reden vindt al in 1958 weer een dirigenten wisseling plaats. De heer G. Dieteren uit Schinnen wordt bereid gevonden de muzikale leiding op zich te nemen en deze gaat meteen fanatiek aan de slag. Met het oog op een snelle revanche wordt al in het volgende jaar, op 20 juli 1959, deelgenomen aan een concours in Schinnen in de eerste afdeling. Het resultaat is een eerste prijs met promotie met 312 punten. De eer is gered!

Op de jaarvergadering in 1960 geeft voorzitter J. van Cleef te kennen zijn functie te willen neerleggen. De vergadering benoemt hem daarop spontaan tot ere-voorzitter. De heer L. Widdershoven wordt als opvolger benoemd. In die periode draait de fanfare op volle toeren.

In juli 1960 wordt een geslaagd tweedaags uitstapje naar de Eifel ondernomen. Absolute hoogtepunten in die periode zijn echter de twee meerdaagse reizen naar het Franse Armois, ten zuiden van Parijs in augustus 1961 en 1962. Initiator van de beide reizen is de daar woonachtige en uit Geleen afkomstige pastoor Dohmen. Deze is op zoek naar financiële bronnen voor de broodnodige restauratie van de parochiekerk van Armois. Via enkele contactpersonen wordt al snel duidelijk dat Vriendenkring daaraan een goede bijdrage zou kunnen leveren in de vorm van enkele openluchtconcerten. De ontvangst in Armois en de Franse waardering voor de Limbrichtse fanfaremuziek maken een zodanige indruk dat daar nu nog soms over wordt gesproken!

Ook in Limbricht zelf vindt een aantal nieuwe activiteiten plaats. Zo wordt een aantal jaren achter elkaar op koninginnedag een concert gegeven op de Platz. Ook worden in januari 1961, 1962 en 1963 winterfeesten georganiseerd met uitroeping van een winterkoningin. Andere activiteiten zijn gericht op het spekken van het uniformenfonds, zoals bals en kienen. Ten behoeve van dit fonds worden in 1960 zelfs duizend hanen gefokt! In 1961 kunnen mede dankzij de hanen nieuwe uniformen worden aangeschaft voor een bedrag van f. 11.059,–.

Dirigent Gerrit Dieteren is een enorm enthousiaste dirigent en muzikant. Op zijn initiatief wordt spoedig na zijn aantreden een blaaskapel binnen de fanfare opgericht. Deze kapel blijkt een groot succes. In korte tijd bouwt ze een zeer goede reputatie op. In 1959, 1960, 1962 en 1963 vinden enorm geslaagde boerenkapellen toernooien plaats. Ook wordt deelgenomen aan diverse concoursen. In 1963 behaalt de kapel op een concours in Eysden zelfs het Limburgs kampioenschap! Het overweldigende succes van de kapel zal echter bijna tot de ondergang van de vereniging leiden.

Tussen 1962 en 1964 verzinkt de vereniging langzaam weg in een totale crisis die haar bijna fataal wordt. Algemeen worden hiervoor twee oorzaken aangewezen. Allereerst gaat de zeer sterke bloei van de blaaskapel ten koste van de fanfare. Het korps wordt min of meer verwaarloosd terwijl de kapel alle aandacht krijgt. Repetities van het korps worden steeds slechter bezocht en duren vaak nog maar een uurtje, terwijl de aansluitende kapel repetities enthousiast en goed bezet worden gevolgd. Dit leidt tot wrijving in de vereniging. Daarnaast wordt de omgang tussen dirigent en leden tijdens de repetities een steeds groter probleem. Gerrit Dieteren is een zeer enthousiaste maar keiharde dirigent die de leden vaak genadeloos aanpakt. Het gevolg van dit explosieve mengel is dat het ene na het andere lid de vereniging de rug toekeert.

Medio 1963 barst de bom. De zwaar uitgedunde vereniging telt nog maar 26 leden, van wie er zo’n veertien regelmatig de repetities bezoeken. Om het tij te keren ontslaat het bestuur de dirigent. Als nieuwe dirigent wordt in mei 1963 de heer Jan Dieteren, eveneens uit Schinnen, aangetrokken. Met deze wisseling van dirigent is de fanfare echter nog lang niet gered. De sfeer is totaal verziekt, de tweedracht viert hoogtij en het repetitiebezoek is abominabel slecht. De kersverse dirigent dreigt zelfs weer met opstappen indien hierin geen verbetering zichtbaar wordt.

De situatie is zo kritiek dat in 1964 drie algemene ledenvergaderingen gehouden met maar één agendapunt: doorgaan of stoppen!! Op de laatste vergadering op 28 oktober 1964 treedt het volledige bestuur af. De vereniging staat op de rand van opheffing. Dat de fanfare blijft bestaan, is slechts te danken aan drie personen die de zware taak op zich nemen een nieuw bestuur te vormen en besluiten samen met een handvol leden de vereniging alsnog voort te zetten. Dit overgangsbestuur bestaat uit J. Doljé (interim voorzitter) J. Schmeitz (secretaris) en L. Wehrens (bestuurslid). Deze drie heren weten de rust in de vereniging enigszins te doen terugkeren en zorgen dat de vereniging kan beginnen aan een zeer moeizame wederopbouw. Het voortbestaan van Vriendenkring is ternauwernood gered!

4. 1964-1970 – de moeizame wederopbouw
In de tweede helft van de jaren zestig ondergaat de Zuid-Limburgse samenleving radicale veranderingen. In 1965 besluit de toenmalige premier Den Uyl dat de Staatsmijnen geleidelijk zullen worden gesloten met als gevolg dat zo’n 45.000 banen en een complete industriële infrastructuur verloren zullen gaan. Voor vervangende arbeid zal worden gezorgd, zo belooft de premier. In Limbricht lijkt de schade mee te vallen. Niet alleen zijn er relatief weinig mijnwerkers, ook ontwikkelt zich een belangrijk deel van de vervangende industrie op fietsafstand, zoals DSM en DAF (het huidige Nedcar). Wel verandert Limbricht radicaal van uiterlijk en samenstelling in deze periode. De bouw van de kasteelbuurt is het begin van een groot uitbreidingsplan, dat later wordt voortgezet met de buurten Zuid-West en Vriendenkring, genoemd naar de fanfare. Die uitbreidingen zorgen voor de aanwas van nieuw bloed, vaak mensen uit andere delen van de provincie en het land. Dat biedt mogelijkheden voor de wederopbouw van de totaal ontredderde fanfare.
In de loop van 1965 wordt de heer P. Timmermans benoemd tot voorzitter. Deze blijft de functie uitoefenen tot 1969, wanneer hij wordt opgevolgd door de heer J. van Hegelsom, die daarvoor secretaris is. Een van de eerste stappen van het nieuwe bestuur om de vereniging weer op de rails te krijgen, is werving van nieuwe, vooral jeugdige leden. De opleiding van muzikanten vraagt echter tijd en door de zwakke bezetting zijn de activiteiten van de vereniging in de tweede helft van de jaren zestig beperkt tot opluistering van kerkelijke festiviteiten en een enkel concert in de regio. Wel neemt de fanfare vanaf 1965 deel aan het Maasgouwtoernooi, dat sinds 1964 wordt georganiseerd.

Wegens de zwakke en onervaren bezetting ziet het bestuur zich genoodzaakt om vanaf 1966 bijna jaarlijks aan de Limburgse Bond uitstel aan te vragen van de verplichte concours deelname. Om de jeugdige muzikanten ook zonder bondsconcours te motiveren wordt deelname aan solistenconcoursen bevorderd. Daar behalen de jeugdige talenten vaak zeer goede resultaten. Niet alleen het korps, ook de drumband bloeit vanaf 1965 weer geleidelijk op onder leiding van instructeur L. Meijers. Het aantal leden neemt sterk toe.

De wederopbouw leidt ook tot financiële problemen. Vanwege de snelle groei van het ledental en de veroudering van het instrumentarium moet flink geïnvesteerd worden. Daartoe worden allerlei activiteiten georganiseerd, zoals kienavonden, loterijen, donateursrondgangen en papieracties. In 1969 wordt zelfs een Comité van Bijstand opgericht om geld binnen te halen.

In 1969 kan eindelijk weer een groot feest worden georganiseerd vanwege het 25-jarig jubileum. Van 20 tot 22 juni vindt een zeer geslaagd feest plaats. De vereniging telt op dat moment weer ruim veertig spelende muzikanten. De aanloopmoeilijkheden zijn voorbij en de fanfare durft zich weer zelfverzekerd naar buiten toe te presenteren. De toekomst ziet er weer zonnig uit.

5. de vrolijke jaren zeventig
De jaren zeventig zijn een periode van voorspoed in Limbricht. Het dorp wordt sterk uitgebreid met de buurten Zuid-West en Vriendenkring, waardoor er veel nieuw bloed het dorp in stroomt. De inkomens en het opleidingsniveau in het dorp veranderen behoorlijk, evenals de samenstelling van de beroepsbevolking. Limbricht wordt steeds meer een dorp van de middenklasse. Dorpswinkels en cafés verdwijnen, boeren worden onteigend. Het kerkbezoek neemt gestaag af en de flower power zorgt voor een geëmancipeerde dorpsjeugd met lange haren en kleurrijke kleding. Ook de fanfare gaat mee in deze veranderingen.
Eind jaren zestig is de fanfare volledig hersteld van de crisis uit het begin jaren zestig. De vereniging straalt weer zelfvertrouwen uit, de bezetting is weer op peil en men begint zelfs weer te denken aan een bondsconcours. In november 1970 schrijft de fanfare bovendien sinds tijden weer geschiedenis. De heer L. Keulen wordt door de heer A. Mosterd van de Limburgse bond geëerd met het bondsinsigne van smaragd ter gelegenheid van zijn 55-jarig jubileum als muzikant.

Op 26 en 27 maart 1971 krijgt de vereniging een ijzersterke steun in de rug wanneer de toenmalige burgemeester Corten namens de gemeenschap nieuw instrumentarium aanbiedt ter waarde van f 17.000,–. Deze daad wordt uitbundig gevierd met een Heilige Mis, een rondgang door het dorp en een afsluitend concert.

Rond carnaval 1971 ontstaat een traditie die tot op heden nog voortduurt. Een van de leden van Vriendenkring, de heer Doljé, is opgenomen in verpleeghuis Invia in Sittard. Om hem en de andere patiënten van Invia het carnaval niet te onthouden wordt samen met carnavalsvereniging de Doale een knallende revue verzorgd. Vanwege de enorme waardering is dit sindsdien een jaarlijks terugkerend gebeuren.

1972 wordt voor de vereniging sinds lange tijd weer een glorieus jaar. Op 8 en 9 april wordt een bezoek gebracht aan de Duitse plaats Nauheim bij Frankfurt. Dit bezoek is dusdanig succesvol dat het jaar daarna vanuit Nauheim een tegenbezoek aan Limbricht wordt gebracht. Zowel op muzikaal gebied als qua vertier wordt dit een uitstekende reis. Het onverwachte hoogtepunt van het jaar komt echter nog. Op 17 september neemt de fanfare in de tweede afdeling deel aan een bondsconcours te St. Odiliënberg. Het resultaat is een zeer verdienstelijke eerste prijs met 288,5 punten en promotie naar de eerste afdeling. Daar blijft het echter niet bij. Het resultaat geeft recht op deelname aan de kampioenswedstrijden van de Limburgse bond in Echt op 3 december van hetzelfde jaar. Daar wordt de fanfare landskampioen in de tweede afdeling. Jaren lang gestaag opbouwen en investeren hebben hun vruchten afgeworpen!

De weer helemaal opgebloeide vereniging begint ook te denken aan vervanging van de uniformen. Geïnspireerd door het bezoek aan Nauheim wordt gedacht aan een uniform zonder hoofddeksel. Ook de krappe financiën vragen om een sobere uniformering. De gemeente wijst een subsidieverzoek hiertoe namelijk af. Via de heer Steg, destijds medewerker bij de firma Macintosh wordt uiteindelijk een voor die tijd vlot combinatiepak uitgekozen: beige broek, bruine colbert, geel sporthemd en bruine stropdas! Deze relatief goedkope uniformering is vrij ongebruikelijk in de fanfarewereld, maar spaart wel geld voor andere noodzakelijke uitgaven aan bijvoorbeeld het instrumentarium.

De nieuwe uniformen worden op 17 mei 1974 aangeboden door erevoorzitter P. van Cleef tijdens het 30-jarig bestaansfeest, dat wordt gevierd in de hal van de frisdrankenfabriek “De Molenbron”. Deze hal wordt daartoe belangeloos ter beschikking gesteld door de ere-voorzitter. Het feest wordt een succes, met dank aan de Beierse avond en een wielerronde. Ook worden concerten gehouden en wordt een aantal jubilarissen gehuldigd, namelijk de heren J. Hendrikx, P. Fijen en P. Willems. Allen zijn vanaf de oprichting lid.

Saillant detail bij dit lustrumfeest is een politiek conflict. Door de niet bijster enthousiaste samenwerking tussen wethouder en ere-voorzitter P. van Cleef en Burgemeester F. Corten, ziet deze laatste zich genoodzaakt de vereniging schriftelijk te feliciteren, aangezien hij zich niet wil begeven op het feestterrein van de frisdrankenfabriek “De Molenbron”, die eigendom is van de wethouder!

In oktober 1975 eert de fanfare nestor L. Keulen ter gelegenheid van zijn gouden huwelijksfeest en tevens zijn zestigjarig lidmaatschap als spelend lid. Een unicum in de vereniging! Namens de fanfare wordt hem een speciaal daarvoor door vice-voorzitter Rijnders ontworpen en vervaardigde oorkonde overhandigd alsmede een gouden kettinghorloge met inscriptie. Namens de R.K. Limburgse Bond voor Muziekgezelschappen biedt hoofdbestuurslid A. Mostard de heer Keulen het gouden Bondsinsigne met robijnen aan. In november is het wederom feest. Nu ter gelegenheid van het koperen huwelijksfeest van de voorzitter J. van Hegelsom, die daartoe thuis heel de vereniging heeft uitgenodigd.

Een gedenkwaardig jaar is 1976. In januari wordt meegelopen in de carnavalsoptocht te Titz, Duitsland, een optreden dat door de Duitse gastgevers zeer op prijs wordt gesteld en leidt tot een nieuwe uitnodiging voor 1978. Ook wordt rond carnaval een blaaskapel opgericht binnen de vereniging, de “Leymborgkapel”. Begrijpelijkerwijze gebeurt dit met de nodige argwaan, gezien de crisis van begin jaren zestig. De doelstelling wordt dan ook uitdrukkelijk het opluisteren van plaatselijke festiviteiten, met name in het kader van carnaval. Als topactiviteit van dat jaar geldt echter de wielerronde en wielerzesdaagse op hometrainers. Dit gebeuren wordt niet alleen als attractie, maar ook in financieel opzicht een geweldig succes. Dankzij de goede samenwerking van leden, sponsors en de gehele gemeenschap krijgt de vereniging een behoorlijke financiële injectie, waarvan vrij snel daarna een groot aantal instrumenten wordt aangeschaft.

Na enige jaren van rust is het in september 1977 weer tijd voor een bondsconcours. Alles belooft goed te gaan maar het noodlot slaat toe. Dirigent J. Dieteren, wordt geruime tijd aan het ziekbed gekluisterd. Als gevolg hiervan moet de concoursdeelname worden geannuleerd. Ook het jaar daarna wordt de dirigent geplaagd door ziekte op een cruciaal moment, namelijk vlak voor het Maasgouwtoernooi in Einighausen. De heer Meex uit Geleen toont zich echter bereid voor deze gelegenheid de dirigeerstok over te nemen, en met succes. Met slechts twee repetities wordt het predicaat “zeer goed” behaald. De ziekte van de dirigent vereist echter dat ook in 1978 concoursdeelname moet worden uitgesteld. Alsof dat nog niet genoeg is moet de vereniging in oktober het verlies accepteren van de nestor van de vereniging, de heer Lambert Keulen. De begrafenis wordt uiteraard op gepaste wijze opgeluisterd.

In september 1979 gaat de fanfare eindelijk op concours, in Ransdaal. De deelname krijgt echter een bijsmaak als blijkt dat de Limburgse bond deelname in de eerste afdeling niet accepteert vanwege de twee opeenvolgende jaren van uitstel. Ook na het beroep op overmacht, vanwege de ziekte van de dirigent blijft de bond onvermurwbaar. Deze onwrikbare houding grieft het bestuur dusdanig dat een kort geding wordt aangespannen tegen de bond met als inzet: al of niet degraderen naar de tweede afdeling. Helaas pakt een en ander negatief uit, zodat het ingestudeerde werk in de tweede afdeling zal worden gejureerd. Op 23 september neemt de fanfare gefrustreerd en woedend deel aan het concours te Ransdaal. De woede heeft zijn uitwerking. Het behaalde resultaat, een eerste prijs met 288 punten geeft recht op promotie naar de eerste afdeling. De degradatie heeft zodoende maar een week geduurd. De fanfare heeft zijn muzikale revanche!

Midden zeventiger jaren ontstaan er problemen met het repetitielokaal. Diverse malen moet wegens allerlei omstandigheden van verenigingslokaal Schreurs, de huidige hostellerie de Molenbron, diverse malen worden uitgeweken naar Café Salden of het oude Gemeenschapshuis, het huidige Scoutinggebouw. Ook de oude lagere school wordt na ontruiming in 1979 vaak gebruikt als repetitielokaal. Wanneer dit gebouw eind 1980 wordt omgebouwd tot gemeenschapshuis, zoekt de fanfare haar toevlucht in de werkplaats van autogarage Margaroli op de provinciale weg. Vanaf september 1981 zijn de problemen eindelijk opgelost en wordt het nieuwe gemeenschapshuis het verenigingslokaal.

Eind jaren zeventig krijgt ook de goede verstandhouding met Schutterij St. Salvius gestalte Een aantal jaren achter elkaar wordt een gezamenlijk feest georganiseerd onder de naam Salvri-feest. Het eerste feest slaagt goed. Na enkele jaren komt echter de klad in de feesten en wordt de organisatie gestaakt. De verstandhouding tussen beide verenigingen blijft echter goed.

De drumband draait eind zeventiger jaren niet meer zo best. Sinds het opstappen van instructeur L. Meijers in juni 1977 kent de drumband tijden zonder instructeur afgewisseld door korte periodes waarin een nieuwe instructeur de zaak weer wat leven inblaast, zoals E. Willems vanaf 1982. Het blijft echter kwakkelen met de drumband.

6. 1980-1986 – successen verhullen een sluimerende erosie
Begin jaren tachtig is de tijd van de economische crisis, van de bezuinigingen en massale werkloosheid. De vrolijke jaren zeventig van groei en bloei zijn voorbij. In Limbricht zijn de grote dorpsuitbreidingen van de jaren zestig en zeventig voorlopig voltooid. Het is de tijd van de Jansse Bagge Bend, die met het nummer “Sollicitere” de nationale hitparades bereikt. De maatschappij en daarmee het verenigingsklimaat wordt zakelijker en de prestatie-eisen hoger. Terwijl op subsidies wordt gekort, worden de kosten voor het instrumentarium steeds hoger.
Tegen die achtergrond wordt medio 1980 het dames steuncomité opgericht onder voorzitterschap van Lia van Hegelsom, de echtgenote van de voorzitter. Dit comité blijkt een ongeëvenaard succesnummer. Al meteen in de beginperiode wordt de vereniging verblijd met een nieuw vaandel en een nieuwe bas! Sinds de oprichting heeft deze damesclub tienduizenden guldens, misschien wel meer, voor de fanfare weten op te halen. Bovendien kan altijd gerekend worden op de facilitaire steun van de dames in allerlei vorm. Het damescomité groeit uit tot een onmisbare steunpilaar voor de vereniging die al sinds de oprichting niet meer is weg te denken uit de vereniging.

Op 1 januari 1982 vindt een gemeentelijke herindeling plaats waarbij Limbricht wordt opgenomen in de gemeente Sittard. Dit heeft meteen twee nieuwe activiteiten tot gevolg, namelijk deelname aan de kinderoptocht, een week voor carnaval, en deelname aan het stadstoernooi in de schouwburg. Van deze laatste activiteit krijgt de fanfare later echter dispensatie vanwege de jaarlijkse deelname aan het Maasgouw toernooi. Ook wordt de fanfare in 1982 uitgedost met nieuwe uniformen. Na de nonchalante bruine combinatiepakken uit de jaren zeventig wordt nu gekozen voor een meer traditioneel donkerblauw uniform compleet met pet.

Een andere positieve zaak in het begin van de jaren tachtig is de sterke aanwas van jeugdige muzikanten, hoewel het verloop onder deze groep behoorlijk groot is. Om de jongere leden aan de vereniging te binden word sinds 1982 jaarlijks een jeugduitje georganiseerd. In de beginjaren betreft dit eendaagse uitstapjes naar een pretpark, zoals de Efteling of Phantasialand. Later wordt overgestapt op de organisatie van jeugdkampen.

Uitgedost met een mooi uniform en met een grote aanwas van jeugd kan in 1984 met vertrouwen het veertigjarig bestaansfeest worden gevierd. Het wordt dan ook een feest als nooit tevoren: van vrijdag 18 mei tot en met zondag 27 mei! Het programma is ronduit indrukwekkend: een dansavond met Season, een zeskamp tussen Limbrichtse verenigingen, een rockavond met “de trend van het moment” de Janse Bagge Bend, frühschoppen met “Die Schintaler”, die in die tijd nog de samenstelling van een kapel heeft, een wielerdriedaagse op hometrainers tussen Limbrichtse prominenten, een jeugdmiddag, een bejaardenprogramma, een kienavond, het “Spel zonder woorden” met Herman Veugelers, een Beierse avond met de Rooyse Hofkapel uit Venray, frühschoppen met kapel Daag en Nach uit Grevenbicht en concerten van maar liefst veertien muziekkorpsen!

Als kroon op het succesjaar 1984 wordt op 14 oktober tijdens een bondsconcours in de Sittardse Schouwburg een eerste prijs met promotie naar de afdeling uitmuntendheid behaald onder leiding van dirigent J. Dieteren. Dit resultaat en het zeer geslaagde veertigjarig bestaansfeest kunnen echter niet verhullen dat het sinds het begin van jaren tachtig onder de oppervlakte steeds meer begint te rommelen in de vereniging. Terwijl velen nog een tijdje nagenieten van het succesjaar smeult onder de oppervlakte een veenbrand die weldra de hele vereniging in vuur en vlam zal zetten.

7. 1986 – een tweede bestaanscrisis
Sinds het begin van de jaren tachtig heerst onder de oppervlakte in toenemende mate onvrede in de vereniging over de technische, en in mindere mate de bestuurlijke leiding. In 1986 barst de bom. Uiteindelijk ontsnapt de vereniging voor de tweede keer aan de ondergang door interne twisten.
In januari 1986 vinden enkele gesprekken plaats tussen bestuur en directeur J. Diederen met betrekking tot diens functioneren. De gesprekken gaan met name over de opstelling van de dirigent ten opzichte van de jeugdleden. De dirigent klaagt van zijn kant over onvoldoende bestuurlijke steun. Beide partijen beloven beterschap. Op 24 mei 1986 behaalt de fanfare op het Maasgouw toernooi in Roosteren het predikaat voldoende. Dat is het begin van een reeks gebeurtenissen die volledig zullen escaleren. Nog in mei ontvangt het bestuur een notitie van een drietal leden (W. Schrijen, N. Pijpers, J. Willems) inzake de heersende onvrede met het muziektechnische beleid. Belangrijkste problemen: verslapping binnen de vereniging, het jongerenbeleid en de muzikale leiding. Hoewel naast de dirigent ook het bestuur en de leden zelf verantwoordelijk worden gesteld voor de malaise wordt onder meer geopperd de dirigent te vervangen.

Hoewel het bestuur de zaak probeert vertrouwelijk te houden, wordt de voorzitter door derden benaderd met de boodschap dat ze begrepen hebben dat de dirigent zal worden ontslagen. Met het oog hierop besluit de voorzitter de dirigent op de hoogte te stellen. Op verzoek van de dirigent vinden op 30 mei en 2 juni gesprekken plaats tussen de dirigent en het dagelijks bestuur (V. Hegelsom, Gorissen, Steg). Op 7 juni wordt de notitie van de drie leden besproken tussen de drie en het bestuur. Het bestuur onderschrijft de problematiek, maar komt niet tot een eensluidend bestuursstandpunt over de meest vergaande consequentie: het ontslag van de dirigent. Op 10 juni vindt een gesprek dienaangaande plaats tussen het dagelijks bestuur, de groep van drie en de dirigent. Ook hier wordt geen overeenstemming bereikt. Het bestuur besluit de zaak aan de leden voor te leggen.

Op 15 juni vindt een buitengewone ledenvergadering plaats. De dirigent houdt aan het begin van de vergadering een inleiding waarin hij zijn standpunt -handhaving dirigent- persoonlijk toelicht. Na een zeer emotionele discussie stemmen de 35 aanwezige stemgerechtigden uiteindelijk als volgt: 11 stemmen voor vervanging dirigent, 22 tegen, 2 blanco. Deze stemming maakt de zaak nog gecompliceerder. Hoewel een meerderheid voor handhaving van de dirigent stemt, blijkt er een aanzienlijke en zeer gepassioneerde minderheid van leden voor ontslag van de dirigent. Volgens de voorzitter blijkt uit de stemming dat aan de dirigent een reële kans zal worden gegeven zijn dirigentschap voort te zetten. Tijdens de vergadering wordt besloten tot de instelling van een drietal commissies zoals de drie leden in hun notitie hebben voorgesteld: een ledenwerving- en begeleidingscommissie, een muziekcommissie en een activiteitencommissie. Bij een oproep tot deelname aan de commissies enige tijd later, melden zich echter slechts 4 mensen aan. De fanfare blijkt feitelijk onbestuurbaar geworden.

Op 21 september maakt het bestuur tijdens een hernieuwde buitengewone ledenvergadering aan de leden bekend en bloc te zullen aftreden en het lid N. Pijpers te willen benoemen tot informateur voor de vorming van een nieuw bestuur dat “tegen de bestaande problemen is opgewassen”. Aan de leden zal te zijner tijd een pakket maatregelen worden voorgelegd. Pijpers gaat aan de slag met een zogenaamde brainstormgroep van 5 personen (beoogde bestuursleden) om te komen tot een inventarisatie van de knelpunten, een nieuwe organisatie en geschikte bestuurskandidaten.

Op 26 oktober vindt een buitengewone ledenvergadering in aanwezigheid van de dirigent. Tijdens die vergadering wordt de leden een pakket voorgelegd: een nieuw vijfkoppig bestuursteam bestaande uit Van Hegelsom, Pijpers, Gorissen, J. van Zwol en P. Stoffels, met daaraan gekoppeld een bestuursprogramma. Een punt daarin is een gesprek met de dirigent over heroverweging van de muzikale leiding. Aangezien zich niet meer dan vijf mensen hebben aangemeld als bestuurslid vindt stemming en bloc plaats. Volgens de verenigingsnotulen dient het bestuur immers uit minimaal vijf mensen te bestaan.

Wegstemmen van een van de bestuursleden betekent dat de fanfare stuurloos is. Hoewel veel voorstanders van de dirigent twijfelen aan de “neutraliteit” van het bestuur beseffen ze dat het alternatief nog minder aantrekkelijk is. Het pakket wordt dan ook aanvaard: van de 32 uitgebrachte stemmen zijn er 20 voor, 9 tegen en 3 blanco. De directeur merkt op dat eventuele escalatie thans alleen nog om zijn persoon draait. Hij hoopt echter dat de vereniging hierdoor niet verloren gaat. Overigens zal hij hieruit wel zijn eigen conclusies trekken. Hij vraagt het nieuwe bestuur hem niet zonder meer aan de kant te zetten, doch bij een beslissing dienaangaande ook de sociaal-maatschappelijke problematiek te betrekken. Hij hoopt desalniettemin nog lange tijd binnen deze vereniging te kunnen blijven werken.

Op 11 januari 1987 vindt een ledenvergadering/”discussiebijeenkomst” plaats. Onderwerp van discussie is de “dirigentenkwestie”. Het bestuur geeft aan de mening van de leden te willen peilen, maar de uiteindelijke beslissing in eigen hand te willen houden. Uitgangspunt van het bestuur is het als een team kunnen functioneren van de vereniging waarbij een definitieve beslissing dient te vallen. Hoewel de aanvaardbaarheid van een mogelijke vervanging van de dirigent lijkt toe te nemen, blijft een groot aantal leden tegen vervanging.

Drie dagen later, op 14 januari 1987, neemt het bestuur eenstemmig het voorlopige besluit de dirigent per 1-11-1987 te ontslaan: “Alle belangen in redelijkheid afwegend is zowel de voorzitter alsook de overige bestuursleden van mening dat de huidige dirigent, de heer J. Dieteren, aan het eind van dit jaar (1987) dient te vertrekken.” Dit besluit wordt op 22 januari na de repetitie aan de dirigent medegedeeld. Op 25 januari wordt het voorlopige besluit in een aparte ledenvergadering aan de leden voorgelegd. Tijdens en na de vergadering bedanken zich een groot aantal leden als lid, waaronder alle leden van de families Keulen en Schrijen.

Daarmee loopt het aantal mensen dat zich vanaf het begin van de crisis, overigens om uiteenlopende redenen, heeft bedankt inmiddels tegen de 20. Een onaanvaardbare aderlating voor een vereniging die de crisis onder meer is ingegaan vanwege afnemend enthousiasme en een stagnerende instroom van nieuw bloed, met name jongeren. De fanfare lijkt totaal uit elkaar te vallen.

Beide partijen blijken echter een fanfarehart te hebben en vinden de kracht en de moed om met elkaar om de tafel te gaan zitten. Piet Niessen biedt zich aan als bemiddelaar. Hij bereikt dat alle “dissidenten” zullen meelopen in de Kinderoptocht in Sittard. De gesprekken worden voortgezet. De dirigent heeft inmiddels zijn ontslagdatum niet afgewacht en heeft in de tussentijd een nieuwe vereniging gevonden. De heer H. Houben wordt voorlopig aangesteld tot dirigent, in ieder geval tot na het maasgouwtoernooi.

Na diverse gesprekken zijn de meeste leden bereid terug te keren onder een aantal voorwaarden. De belangrijkste daarvan is dat het bestuur de garantie geeft dat in het vervolg in belangrijke zaken naar de mening van de meerderheid gehandeld wordt. Via een brief aan W. Schrijen, de woordvoerder van de groep “dissidenten” heet het bestuur de leden daarop weer welkom als deze instemmen met een toezegging hieromtrent van de voorzitter. Aldus geschiedt. De crisis is bezworen door toegeeflijkheid van beide zijden.

Moeizaam neemt de vereniging de draad weer op. Op 14 juni 1987 gaat de vereniging onder leiding van de nieuwe dirigent Henk Houben naar het Maasgouwtoernooi in zijn woonplaats Obbicht. Resultaat: voldoende. Ondanks deze flinke tegenvaller scharen de leden zich achter de jeugdige en enthousiaste Houben en op 24 juni krijgt deze overtuigend zijn vaste aanstelling: 33 stemmen voor, nul tegen. De fanfare leeft weer.

8. 1987-1995 – de periode Henk Houben
De verzakelijking en economische herstructurering van de eerste helft van de jaren tachtig zetten zich begin jaren negentig voort. De economie draait inmiddels weer op volle toeren. Ook Limbricht gaat mee in de vaart der volkeren. Het opleidings- en inkomensniveau stijgen gestaag. Ook de fanfare krijgt met deze trends te maken. Zo gaan steeds meer jonge muzikanten elders studeren en/of op kamers wonen. Ook wordt het langzaam aan moeilijker mensen te vinden die zich vrijwillig willen inzetten voor de vereniging. Voor een vereniging die herstellende is van een crisis zijn dit ontwikkelingen om rekening mee te houden.
Het eerste geslaagde optreden van de fanfare sinds de crisis vindt plaats op 19 september 1987, wanneer in het Fortuna Stadion een grote taptoe plaatsvindt. Tegelijkertijd wordt hard gewerkt aan de organisatie van een bondsconcours in Manege de Klipper op 18 oktober. Ondanks enkele negatieve berichten in de pers over de locatie is de organisatie een succes. Een mooie opsteker voor de geplaagde vereniging.

De aanstelling van de jonge en onervaren dirigent Henk Houben blijkt inmiddels een gouden greep. Aan hem is de ondankbare taak de gespleten vereniging weer tot een vriendenkring te smeden. Hij richt zich daartoe op de jeugd. Samen met het bestuur wordt actief aan ledenwerving gedaan, wordt een jeugdfanfare opgericht en worden jeugdkampen georganiseerd. Zo ontwikkelt zich de steeds hechter wordende groep middelbare scholieren en studenten in de vereniging tot het hart van de fanfare. Deze generatie zorgt voor een opleving van de Leymborgh kapel, levert een tweetal carnavalsprinsen en een viertal bloemenkoninginnen!

Mede dankzij de amicale Henk Houben staat de fanfare één jaar na de crisis alweer geheel op de rails. Het bewijs wordt geleverd op 1 mei 1988 wanneer Voetbalvereniging Limbricht haar 50-jarig bestaansfeest viert. Met een staande serenade alsmede concert in kerk geeft de fanfare enthousiast acte de présence. De muzikale wederopstanding wordt bekroond tijdens het maasgouwtoernooi in Grevenbicht: predicaat goed.

Ook wordt alweer aan concoursdeelname gewerkt. Op 9 juli 1989 neemt de fanfare voor het eerst in haar geschiedenis deel aan het WMC in Kerkrade. Ondanks de zwaar tegenvallende 2e prijs met 276 punten vindt bij terugkomst vreemd genoeg een ontzettend gezellige en enthousiaste bijeenkomst plaats in het Gemeenschapshuis.

De muzikale revanche komt een aantal jaren later. In 1993 neemt de fanfare deel aan een bondsconcours in de Stadsporthal in Sittard. Geheel tegen de verwachting in haalt Vriendenkring het hoogste puntenaantal, vóór buurvereniging Sint Jan uit Leyenbroek. Beide verenigingen besluiten vervolgens voor de Wimpel te strijden in Etten-Leur.

Tijdens de voorbereiding wordt Vriendenkring geconfronteerd met enkele duistere, nooit opgehelderde roddels die gericht lijken op het aanwakkeren van een koude oorlog tussen de beide verenigingen. Het bestuur van Sint Jan ontkent met de roddels te maken te hebben. De fanfare wordt alleen maar gesterkt door de valse aantijgingen en ondanks dat Leyenbroek de wimpelstrijd nipt wint, voelt Limbricht met veel minder gastmuzikanten in zijn midden zich de morele winnaar. Bij terugkomst in Limbricht wordt enorm gefeest. Een telefonische poging van Omroep Limburg diezelfde avond om dirigent Houben een verlies aan te praten, wordt beantwoord met een enorm feestelijk Limbrichts gejuich, live op de radio. Dit geeft een beeld van de onverwoestbaar goede sfeer in die periode.

In 1994 viert de fanfare een succesvol vijftigjarig jubileumfeest. De officiële opening van het feest vindt plaats op 18 maart 1994 in de stadsschouwburg met een formidabel optreden van de Marinierskapel. Het eigenlijke feest wordt van donderdag 9 juni t/m maandag 13 juni gehouden. Het programma omvat onder meer optredens van Rowwen Heze en Anita Meyer en Lee Towers. De afsluiting van het feest vindt eveneens in stijl plaats met een concert door Fanfare St. Martinus Urmond en de Koninklijke Harmonie Thorn in de stadsschouwburg in Sittard. Ook het damescomité doet traditiegetrouw van zich spreken. Bescheiden bieden de dames maar liefst ter waarde van f. 15.000,– instrumenten aan

1994 gaat echter ook de geschiedenis in als een jaar waarin bepaalde tijdperken ten einde raken en op verschillende fronten een nieuwe, veel belovende start wordt gemaakt. Als eerste kondigt secretaris Ger Gorissen zijn vertrek aan wegens het accepteren van een functie bij een andere vereniging. Daarnaast geeft medeoprichter Zef Fijen aan alleen nog maar passief lid te willen zijn. Het meest opvallend is echter dat voorzitter Jan van Hegelsom te kennen dat hij na 30 jaar bestuurslidmaatschap, waarvan 25 jaar als voorzitter, een nieuwe generatie de kans wil geven de kar te trekken. Tijdens een ledenvergadering in december wordt Van Hegelsom daarop unaniem tot ere-voorzitter benoemd. Om dan ook maar meteen een geheel nieuw begin te maken treedt het bestuur tijdens die vergadering in totaliteit af om plaats te maken voor een nieuw bestuur. De wisseling van de wacht wordt compleet als dirigent Henk Houben aangeeft dat hij wil stoppen in Limbricht, vanwege een nieuwe functie bij Amsterdam Wind Orchestra. Hij wordt begin 1995 opgevolgd door Bert Dirks.

9. 1995-2000 – op naar het nieuwe millennium!
Bert Dirks treedt aan in het digitale tijdperk van internet en mobiele telefoons. Ook de fanfare maakt in toenemende mate gebruik van de moderne communicatiemedia. Zo heeft de fanfare inmiddels een eigen internetpagina. Ook verenigingsmededelingen, nieuwtjes en roddels worden steeds meer rondgestuurd via e-mail.
Naast een nieuwe dirigent vindt de vereniging na een jaar zoeken ook eindelijk een nieuwe voorzitter in de persoon van Leo Vorst. Hij volgt Hary Houben op, die al die tijd als waarnemend voorzitter heeft gefunctioneerd. In augustus 95 komt mede oprichter Zef Fijen te overlijden, zes weken later gevolgd door oud-vaandeldrager Wil Tummers. Johan Meuwissen wordt eind 1995 benoemd tot onderdirigent als opvolger van Hub Keulen.

Om de broodnodige investeringen in het verouderde instrumentarium te realiseren wordt op in september1996 een Euregionaal feest georganiseerd in samenwerking met de gemeente Sittard en haar partnersteden Hasselt, Geilenkirchen en Erkelenz. Het feest omvat onder meer een kapellentreffen en een taptoe (P96) van de Sittardse Muziek Federatie. Ook worden de nieuwe uniformen gepresenteerd: sjieke zwarte smokingachtige pakken met pet. Het originele en brede programma spreekt velen tot de verbeelding.

Op 20 oktober 1996 gaat de fanfare onder leiding van dirigent Bert Dirks met een relatief jeugdige onervaren bezetting op concours in de Maaspoort te Venlo. Het resultaat is een nette eerste prijs met 290,5 punten. Voor het concours gaat de vereniging echter eerst weer eens op concertreis naar Ralingen (Duitsland). De diverse concertreizen die de fanfare in de loop der jaren richting Godendorf en buurdorp Ralingen heeft gemaakt, staan iedere keer garant voor spektakel en behoren zonder meer tot de hoogtepunten in de geschiedenis van de fanfare.

Het jaar 1997 is het jaar van de drumband. Deelname aan een bondsconcours resulteert in promotie naar de 2e divisie. Na deze grootse prestatie wordt eveneens deelgenomen aan het Limburgs Kampioenschap. Ondanks de goede prestatie kwam de drumband een aantal punten tekort voor de kampioenswimpel.

De bestuurlijke en muzikale leiding worden beide voor de millenniumwisseling nog een keer overgedragen. In oktober 1999 wordt Harry Houben, die ruim één jaar de taak van waarnemend voorzitter op zich heeft genomen, opgevolgd door Pierre Lebon die tevens dirigent is van het gemengd kerkelijk zangkoor. Ook dirigent Bert Dirks wordt opgevolgd door de nog jongere Ferry Logister. Aan de nieuwe dirigent de eer om de fanfare het nieuwe millennium in te leiden, op naar honderd jaar blaasmuziek in Limbricht!

10. de 21e eeuw – que sera, sera
Op 4 november 2000 wordt ter gelegenheid van 90 jaar blaasmuziek in Limbricht een zeer geslaagd galaconcert georganiseerd. Tijdens de gala-avond in de aula van het Trevianum College brengt onze fanfare klassieke en hedendaagse werken ten gehore, die speciaal daartoe voor fanfarebezetting zijn gearrangeerd. Professionele vocale en instrumentale solisten, t.w. Wendy Kokkelkoren, sopraan, Ivo van der Beijl, tenor, en Ron Daelemans, altsax, leveren hierbij hun bijdrage.
Na een slopende ziekte wordt op 11 februari 2001 het overlijden van ons trouw lid Jan Tummers bekend gemaakt. Onze slagwerker Jan was gedurende 36 jaar actief in diverse functies. Op 15 februari luistert het korps muzikaal zijn uitvaartdienst op en begeleidt hem naar het kerkhof. Aldaar geeft onze solist Richard Pijpers een laatste muzikale groet bij het spelen van de “Last Post”.
Het muziekweekend op 5 en 6 mei 2001 in een feesttent op het Burg. Coonenplein wordt helaas géén succes. Klachten over geluidsoverlast van omwonenden en het slechte weer zijn de spelbrekers.
Op 10 juni 2001 nemen drumband en korps deel aan het Maasgouwtoernooi. Het korps is in dit concoursjaar tevreden met het predikaat “goed”. De drumband behaalt o.l.v. René Keulers
het predikaat “zeer goed”. Met dit klinkend resultaat heeft de drumband een passend afscheidscadeau voor hun instructeur in petto. Na afloop wordt op een plezierige wijze afscheid van René genomen.
Tot nieuwe instructeur van de drumband wordt Henry Eikenboom uit Meerssen benoemd.
Al vroeg in dit jaar is gestart met de campagne “Fanfare Vriendenkring op weg naar Venlo”. De voorbereiding op de succesvolle concoursdeelname is in volle gang. Op 21 oktober 2001 reist de fanfare met supporters na een goed verzorgde koffietafel vol spanning naar de Maaspoort in Venlo. De jury beoordeelt de concourswerken “Vuurgeesten” en “The Land of Wind and Water” met een totaal van 298,5 punten, goed voor een fraaie 1e prijs en het Limburgs kampioenschap in de afdeling uitmuntendheid. In de Maaspoort en later in Limbricht wordt dit resultaat uitbundig gevierd.
Na afloop van een druk bezocht receptie vindt tijdens het Ceciliafeest het 1e optreden plaats van het orkest L.O.L. (Live Oet Lömmerich). Dit nieuwe dans- en showorkest bestaat uit eigen leden.
Tijdens de jaarvergadering op 17 maart 2002 deelt Pierre Lebon mede, dat hij vanwege privé-werkzaamheden het voorzitterschap niet meer kan voortzetten. Hij blijft wel als vrijwilliger actief binnen de vereniging. Harry Houben zal tijdelijk weer als waarnemend voorzitter fungeren.

“Que sera, sera whatever will be, will be, the future is not ours to see” zingt het beroemde liedje. Wat ons het nieuwe millennium verder gaat brengen is moeilijk te zeggen. Voorspellen is altijd moeilijk. Wel zijn er een aantal onmiskenbare ontwikkelingen waar te nemen die steeds sterker hun stempel zullen drukken op het Limbrichtse verenigingsleven in de nieuwe eeuw.

Duidelijk is dat de globalisering en daarmee de individualisering zich zullen voortzetten. Grenzen vervagen, mensen zijn steeds minder gebonden aan hun geboorteplaats, en familiebanden worden minder sterk. Daarmee samenhangend zien we een verbeterd opleidingsniveau, toegenomen mobiliteit en steeds hogere eisen van het individu aan zijn eigen persoonlijke ontwikkeling.

Al deze ontwikkelingen maken dat het steeds moeilijker zal zijn een vereniging levend te houden. Mensen die geïnteresseerd zijn in muziek zullen er altijd blijven. Mensen die zich met hart en ziel kunnen en willen inzetten om op vrijwillige basis een vereniging de dragen die bestaat uit veeleisende individuen zullen echter steeds moeilijker te vinden zijn.

Wie als vereniging wil overleven in de 21e eeuw zal vooral origineel moeten zijn en open moeten staan voor nieuwe ontwikkelingen. Een muziekvereniging zal meer moeten bieden dan muziek alleen. Wat dat betreft ligt een fusie met naburige zustervereniging op termijn in de rede. Ook liggen er kansen voor nieuw verenigingsbloed in de nieuwbouw rond Limbricht zoals in de wijk Hoogveld. Aan talent zal het daar niet ontbreken, maar de uitdaging is de mensen te interesseren voor de vereniging en ze te overtuigen van de meerwaarde van het lidmaatschap van de vereniging.

Fanfare Vriendenkring lijkt goed geoutilleerd voor de toekomst. Muzikaal gezien is de vereniging geen topper in de regio, maar qua originaliteit loopt de vereniging voorop. Daarvan getuigt bijvoorbeeld het uitermate gewaardeerde galaconcert met klassieke en hedendaagse werken dat eind 2000 is gegeven in het College Sittard. Het originele programma sprak zeer tot de verbeelding. Ook het jonge karakter van de vereniging biedt veel hoop. De zeer gewaardeerde jeugdkampen, de levendige e-mail netwerken en de inmiddels roemruchte eigenzinnige humor tonen de levendigheid van deze nieuwe generatie aan. De fanfare vormt voor deze groep een binding die verder gaat dan muziek alleen. Positief is bovendien dat hierop bestuurlijk steeds beter wordt ingespeeld. Vriendenkring is een progressief bestuurde vereniging die weinig ballast uit het verleden mee draagt in tegenstelling tot vele andere verenigingen in de regio. Als de vereniging de kansen die de toekomst haar biedt weet te grijpen, wacht fanfare Vriendenkring een gouden toekomst in het nieuwe millennium!!